Hermanus (Herman) Christiaan Maria is een Amsterdammer, hij werd op 6 januari 1927
geboren in de Westerstraat en is voornamelijk bekend als presentator van het spelletje 'Wie van de drie'.
Herman begint in 1954 bij de VARA als omroeper bij een orkest onder leiding van Cor Steyn. Maar
Emmink is tot ver over de landsgrenzen bekend geworden met het liedje 'Tulpen uit Amsterdam'
dat in 1957 werd uitgebracht.
Tulpen uit Amsterdam is geschreven door Ralf Arnie, een Duitser, inderdaad. De Nederlandse bewerking
en vertolking is dus van Emmink.
Het verhaal gaat dat het liedje eigenlijk voor Mieke Telkamp was geschreven. Zij was de eerste
Nederlandse zangeres die na de Tweede Wereldoorlog optrad in Duitsland.
Herman komt terecht bij de NCRV. Bij die omroep is hij medepresentator van het programma 'Een
tegen allen'. Langzamerhand krijgt Herman meer werk als omroeper en verslaggever maar altijd
als freelancer. Zo kon hij ook voor Radio Luxemburg, de NOS, Radio Nederland Wereldomroep en de
TROS (zes jaar met 'oud plaatwerk') werken.
Ook bij velen is bekend zijn radioprogramma 'Muzikaal Onthaal' dat hij bijna twintig jaar lang
presenteerde voor de AVRO radio. Minder bekend is dat hij ook zeer muzikaal was en al van jongs
afaan de xylofoon bespeelde.
In 2010 besluit omroep Max 'Wie van de drie' opnieuw te gaan opnemen met als presentator Ron
Brandsteder, Herman Emmink wenst hem oprecht veel succes. Op he tmoment van schrijven is Herman
83 jaar.
In een TV Magazine zegt Emmink: 'Ik ben niet benaderd hoor. Ik moet er ook niet aan
denken. Ik ben blij dat ik nog het leven heb.'
Alle meezingers van Herman Emmink zijn verzameld in de serie 'Hollands Glorie'.
Bekijk ook deze pagina's eens:
Typisch Amsterdams
Video's van Amsterdam
Oude foto's van Amsterdam
Als Ajax wint kent het veel aanbidders, als het verliest wat minder. Dat is niet alleen
opportunisme maar heeft ook veel te maken met de samenstelling van de bevoling in Amsterdam.
Saamhorigheid is iets wat zich tussen culturen afspeelt maar als je verliest deel je het
verdriet maar met jezelf. Dat is in essentie waarom een grote stad evenveel voor- als
tegenstanders heeft van, in dit geval, een voetbalclub.