Jerzy Gawronski, van alles een beetje
Gawronski is hoogleraar maritieme en urbane archeologie en uit dien hoofde verbonden aan de Universiteit van
Amsterdam. Hij maakt deel uit van het Amsterdams Archeologisch Centrum (AAC.)
Gawronsky richt zich op de periode vanaf 1500 en is tevens hoofd van de afdeling Archeologie van het
gemeentelijk Bureau Monumenten en Archeologie (BMA.) De combinatie van deze twee functies staat garant
voor een optimale samenwerking tussen de gemeente en de universiteit.
Gawronski is vooral liefhebber van vergane schepen omdat die rijk zijn aan informatie over onze
geschiedenis. Aan wat de mensen eeuwen geleden meenamen kom je veel over hen te weten maar ook de
schepen zelf, waarvan ze gemaakt zijn en de staat van onderhoud, vertellen een verhaal. Een verhaal
dat gaat over een samenleving in andere tijden.
De verbanden tussen de zeevaart en een stad worden blootgelegd, met name welke impact de maritieme wereld
had op een stad als Amsterdam.
Gawronski is bevlogen, de aanleg van de Noord-Zuidlijn is voor hem een geschenk uit de hemel. Jerzy vergelijkt
de ondergrondse wereld met een schoenendoos. De vertraging die de aanleg van de metro oplevert is voor hem
een tweede gouden ei want ook al wil de directie van de Noord-Zuidlijn opschieten, de voormalige rivier aan
het Rokin uit de vijftiende en zestiende eeuw gaat ons veel vertellen over onze geschiedenis.
Het uitgraven gaat meter voor meter en er wordt met gemiddeld 25 man gewerkt, normaal zijn dat hooguit tien
mensen.
Puntje van kritiek op de keuzes die Gawronski maakt
Vijftien uur per dag, zes dagen per week wordt er gezocht naar overblijfselen, na de schamele vondsten
onder het Damrak is het Rokin aan de beurt en zal door de andere manier van werken een grotere schat
opleveren. Het heeft ook te maken met Gawronski's voorkeur, hij heeft zich met name gericht op de periode
vanaf 1500. Kritiek die ik daarop heb is dat de voorliggende perioden dan minder aan bod komen
terwijl die minstens zo interessant zijn.
Over Nederland als zeevarende natie is immers ook al veel geschreven. Gawronski is dan ook een geschenk uit de
hemel voor de stad want hij zal niet al te zeer aandringen op dieper en langer graven. Daarom ook is het
Damrak vrijwel ongemoeid gelaten en hebben de boren daar vernietigend werk gedaan.
Ik ben wel met hem van mening dat de periode vanaf 1500 een zeer interessante is omdat toen de handel
enorm opbloeide en je kunt nu eenmaal ook niet alles onderzoeken. Ook een stadsarcheoloog moet keuzes maken
dus als jouw voorkeur past in die plannen dan zijn de doelen snel gesteld.
Vondsten van voor 1500, uiteraard
Niet getreurd. In de bodem van de rivier is zonder twijfel veel terecht gekomen, met name de periode
1200 - 1350 is van belang want er is nog veel onzeker. Dat Amsterdam altijd gepretendeerd heeft in 1275
stadsrechten te hebben gekregen maar dat dat in werkelijkheid pas dertig jaar later was is een vastsstaand
feit maar er is nog zoveel meer dat de rivier ons kan vertellen.
Omdat de Amstel in kracht afzwakte (immers, die kwam binnen met kracht bij het huidige Centraal Station),
zullen er veel voorwerpen gevonden worden tussen het Rokin en de Munt, en het zal ook fraaier zijn, talrijker
dus, maar ook in een veel betere staat.
De bodem van de rivier bevindt zich op zo'n zes meter van het huidige straatniveau. Ervan uitgaande dat er
door de eeuwen heen zo'n 75 centimeter bovenop bestaande bouw is gekomen kun je beginnen met graven op
zo'n drie meter, de vondsten beginnen daar gelijk. De bodem van de rivier zal enkele meters aan bruikbaar
resultaat opleveren. Duizenden voorwerpen verwacht men op te graven en niet alleen messen en borden maar
ook kleding, speelgoed en hout van vergane boten.
Zeer waarschijnlijk vind men in de onderste bruikbare laag restanten uit de elfde tot en met de dertiende
eeuw, zeer interessant. Maar de tijd dringt en de interesse ligt voornamelijk bij de latere perioden. Als de
metro er eenmaal ligt zal er nooit meer gegraven worden, is mijn overtuiging. Als er nu dus maar niet een
verkeerde inschatting wordt gemaakt.
Over de rivier zelf
De Amstel is een schatkamer omdat de zachte rivierbedding voorwerpen conserveert. Het water dempt de schok
en boren onder huizen (op land) is veel kostbaarder. De Amstel is altijd van groot belang geweest voor de
stad dus hoe meer je over de rivier te weten komt en wat zich rondom de Amstel heeft afgespeeld des te
eenvoudiger wordt het om onze voorvaderen te omschrijven.
Er zullen veel scheepsresten worden teruggevonden maar ook wat zich aan boord heeft bevonden.
Aan het Damrak en het Rokin heeft veel bebouwing gestaan, dat gaat een schat aan informatie opleveren, omdat
de metro niet verder zal gaan dan de Munt zal er rond de Zwanenburgwal geen onderzoek plaats vinden terwijl dat
waarschijnlijk wel de rijkste vindplaats zou kunnen zijn vanwege de enorme bocht en de verbreding waardoor
het water er rustiger gestroomd heeft. Wie weet in de toekomst.
De voorwerpen moeten een verhaal kunnen vertellen
Wat heb je aan een lepel of wat speelgoed? Op zich niets, je kunt het dateren en tentoonstellen zodat je
een idee hebt wat men gebruikte in, laten we eens een jaartal noemen, 1483. Maar waar archeologen naar zoeken
is het verhaal dat nog niet vertelt is. De voorwerpen moeten 'aaneengeregen' worden en de onderlinge
relatie die gelegd wordt moet een beeld geven van het dagelijks leven.
Tesamen met eerdere vondsten die reeds in de diverse musea en bij het projectbureau liggen kunnen de plaatjes
worden ingekleurd. Want veel weet men al, alleen niet altijd even precies.
En daar ligt mijn tweede kritiekpunt. Is er wel behoefte om te weten hoeveel potten en pannen men had en hoe
men brood bakte? In grote lijnen weten we dat namelijk al, alleen over eerdere perioden weten we nog maar
zo weinig. Daar ligt de nadruk niet op, er wordt niet gericht gezocht, wat men vindt gaat men onderzoeken
om reeds bestaande resultaten te herbevestigen of aan te vullen.
Wellicht dat er per toeval nieuwe invalshoeken worden blootgelegd maar als de focus daar niet echt op is
gericht zou je daar sneller overheen kunnen kijken dan wanneer je gericht.
Ik hoop het niet een eerlijk gezegd verwacht ik dat van Jerzy Gawronski ook niet.
Op de culturele biografie van Amsterdam ligt de nadruk, dan spreek je van verfijning van het historische
beeld dat er al is, niet van vernieuwing. Gawronski streeft naar volledige integratie van alle bronnen
omdat die voor de geschiedenis van Amsterdam nog niet bestaat.
Mijn persoonlijke mening is dat er weinig nieuws onder de zon zal zijn.
Monumentenwet
Bouwen betekent graven en dat houdt wroeten in je verleden in en dat stukje geschiedenis moet
bewaard blijven. Je mag niet zomaar een huis afbreken, laat staan een tunnel graven. De monumentenwet
voorkomt dat de geschiedenis geweld wordt aangedaan. Er moet eerst onderzoek worden gedaan naar de bodem,
net als bij nieuwbouw of de grond niet vervuild is.
In grote steden is de bodem rijk aan voorwerpen, daar moet voordat er met de bouw wordt begonnen onderzoek
naar worden gedaan. Dat er gemarchandeerd wordt met deze regeltjes is helaas ook een feit. Soms wordt
er iets gevonden en conserveert men de opgravingen voor eventueel 'later onderzoek'. Maar dan staat er wel
al een torenhoog kantoorgebouw van een institutionele belegger op de historische plek.
Toch is de monumentenwet een prima stuk gereedschap omdat er tijdens de bouw geen archeologische opgravingen
meer plaatsvinden en er dus ook niets gevonden kan worden dat de bouw ophoudt. Laat staan dat het verloren
gaat doordat bouwvakkers denken "weg ermee, hier zitten we nie top te wachten".
Amsterdam is ontstaan als terpje in de Amstel. Zonder de aanleg van de NZ-lijn zou het grootschalige
onderzoek van nu er nooit zijn gekomen, door de monumentenwet moet men archeolgisch onderzoek doen.
Al met al moeten we dus blij zijn met wat er nu gebeurt.
Amsterdam, een maritieme stad?
Oratie UvA/ Archeologie van dinsdag 19 mei 2009
Amsterdam maakte als maritiem centrum vanaf het einde van de zestiende eeuw een explosieve ontwikkeling
door binnen een zich voortdurend uitbreidend scheepvaartnetwerk. De stad groeide in de Gouden Eeuw uit
tot een knooppunt van een mondiaal handels- en scheepvaartsysteem. Tussen 1580 en 1660 werd de stad in
vier geplande stadsuitbreidingen gemoderniseerd. Dit resulteerde in de typische halfcirkelvormige
plattegrond met een concentrisch grachtenpatroon en radiale straten.
Het scheppen van ruimte aan het ij voor havenfaciliteiten en bedrijfsgebieden was een belangrijke drijfveer
bij de realisatie van dit stedenbouwkundig plan. Jerzy Gawronski gaat tijdens zijn oratie in op de
betekenis van het maritieme bedrijf voor de moderniteit en uniciteit van de zeventiende-eeuwse
Amsterdamse stedelijke structuur in het historisch planologisch debat. Hij vindt dat de rol van het
maritieme bedrijf in dat debat is onderbelicht. Archeologische disciplines zoals maritieme archeologie
en stadskernonderzoek bieden vanuit het concept van de maritieme stad nieuwe invalshoeken voor een meer
integrale benadering. Uitgaande van de materiële en ruimtelijke relatie tussen schepen en stad behoren
mobiliteit, decentralisatie, internationalisering en een dynamische topografie tot de kenmerkende
elementen van het stadsplan van Amsterdam.
Dhr. prof. dr. J.H.G. Gawronski, hoogleraar Maritieme en urbane archeologie van de late middeleeuwen en
de vroegmoderne periode, in het bijzonder de stad Amsterdam.
DOWNLOAD HIER OP MOKUMSNL ZIJN ORATIE.
Op mijn site heb ik, uiteraard, een aantal leuke kroegen vermeld. Papeneiland is totaal anders dan 't Mandje
en zo heeft elke tent wel weer wat. Een van de leukste kroegen voor mij is 't Hooischip omdat daar van alles
altijd aan komt waaien en je binnen een minuut met iemand zit te kleppen.
Wat is jouw leukste tent en waarom?