Jij mag het zeggen Mail Jopie Loos Tumblr 4 Mokums in Englsih Googl+ Mokums op Twitter Videos Amsterdam Mokums op Instagram Deurmat


Op deze pagina kan iedereen een ei leggen. Vrouwonvriendelijke, discriminerende of seksueel gekleurde boodschappen heb ik een boodschap aan, die Column Amsterdam lees ik, maar plaats ik dus niet. Voor de rest: leef je uit!

Hoe mensen in de Nieuwmarktbuurt woonden


vVerteld door Jopie Baars en opgeschreven door haar dochter Wilma van den Berg

- Ma, wil jij vertellen over de buurt, toen jij jong was, voor het blad OpNieuw?
- Nou, meid, ik weet het niet hoor! Ik heb geen zin in die vreemden over m'n vloer.
- Maar, Mam, als ik het nou doe?

En zo is mijn moeder begonnen te vertellen.
Je had vroeger voor en achter. Meestal een twee-kamerwoning voor en een twee-kamerwoning achter. De kraan was dan op het portaal. En je deed 'het' op een emmer. Die emmer werd geleegd bij de boldootkar. Als de boldootkar eraan kwam gingen de mannen met die strondemmer naar beneden. Vaak ging die strond d'r overheen. En al de kinderen stonden er omheen als die kar in de straat kwam. Dat was elke keer weer een belevenis.

Ik kan me niet herinneren dat ze een ratel hadden of zo, maar je wist wel wanneer die d'r an kwam. Dat rook je wel!!! Blegh. En dan had je ome Hein van Bremen, die was meestal dronken. Die vent ging zo met z'n hand in die emmer. Zo in die strond! Wat een viezigheid allemaal eigenlijk... Of die emmers waren afgedekt? WELNEE! Stinken dat het dee....!!!
Naderhand kreeg je een plee.Daar zat wel een deksel op. Maar ik weet niet meer hoe dat dan verder zat. Ik geloof dat daar ook een emmer in stond. Die houten deksel had een greep, dat weet ik wel. Maar of die nou ook zo geleegd werd?

Een plee was wel een luxe. Later kreeg je een wc. Waar ik geboren ben in de Ridderstraat nummer 43, hebben we nooit een wc gehad. Je had geen wc papier, maar kranten. Die gaven toen gelukkig niet af. Daar moest je reepjes van knippen, met de schaar een gaatje prikken en door het gaatje ging dan een touwtje. Zo werd dat opgehangen naast de plee.

De kraan zat op het portaal. Koud. Ja je had geen warm water natuurlijk. Wassen deed je je amper. Iedereen had een zwarte nek. Eén keer in de week gingen we in bad. Dan werden er op het fornuis bakken water warm gemaakt voor in de zinken teil. De oudste mocht het eerst. Eén voor één gingen we er in. De jongsten hadden niet veel mazzel, dat snap je, die hadden het vuile water, want iedereen moest in datzelfde water. Dat was niet zo fris meer dan. We werden gewassen met groene zeep en ons haar ook.

Hoe mijn ouders zich wasten...ik zal het niet weten. Ik heb mijn moeder nog nooit in haar onderjurk gezien. Nee, nog nooit. Gek he? Toch krijg je daar wel een staartje van mee. Ze kwamen uit hun bed en ze kleedden hun eigen meteen aan.

En weet je nog dat opoe, mijn moeder dan, van die zwarte wenkbrauwen had? Dat deed ze met een kooltje. Dat is haar make-up geweest. En boter in d'r haar smeren. Waar je nou je schuim voor hebt, deden ze vroeger boter in hun haar. En suikerwater was om krullen te zetten. Dan bleven de krullen stijf staan. Dan namen ze een stukkie krant en suikerwater en zo maakten ze krullen. Die bleven dan stijf staan. Kan je nagaan hoe dat gezeten moet hebben!

Ik vraag me af hoe we aan die kranten kwamen. Of we daar geld voor hadden. Misschien wel oude kranten van iemand anders of zo. Ach daar stond je als kind zijnde niet zo bij stil, hè!

M'n moeder is wat verhuisd! Dat ging met de handkar. Ach wat had je nou te verhuizen in die tijd. Je had toch niks. De mensen verhuisden zo veel, omdat ze van de nieuwe huisbaas een lopertje voor op de trap of een nieuw behangetje kregen. Ja, ze waren maar wat blij als je er kwam wonen, want er was wat een leegstand in de buurt! Je had je ook veel onbewoonbaar verklaarde woningen. Maar daar werd ook nog jaren in gewoond.

Ik kwam een keer thuis uit school en toen ik aanbelde, kwam de buurvrouw, Emmy Emerans een toneelspeelster, uit het raam hangen. Zij riep toen: "Jopie, je woont hier niet meer hoor!" "Oh", zei ik, "waar woon ik dan?" "Op Zeedijk", antwoordde ze.

Maar waar op Zeedijk, dat wist ik niet. Ach ze deden ook maar in die tijd. Moet je nou niet doen! Hahaha. Ach ze gingen niet zo zacht met hun kinderen om, zoals nu.

Vanuit de Ridderstraat, toen dat werd afgebroken, zijn we verhuisd naar de Molensteeg. Ja, een heleboel mensen gingen toen in noord wonen, maar heel veel kwamen ook weer net zo hard terug. In de Molensteeg hadden we ook een twee kamerwoning en een kraan op portaal.
Ik weet nog goed dat er beneden een gat in de trap zat, enne...ik wou nooit eten. En je kreeg altijd je brood mee in je hand, naar school. En dan douwde ik gauw dat brood in dat gat. Lekker voor de ratten.... En toen mijn moeder daar achter kwam, had ik een ander plekkie.
Op de Nieuwmarkt had je zo een ouderwetse urinoir staan en toen gooide ik het daar maar in. Ik wilde nooit eten, hè, vandaar dat ik in de kolonie belandde. Ik was veel te mager.

Ik was net zes jaar toen we inde Molensteeg woonden dat er een hoer aan de overkant zat. Ik weet nog goed, dat we uit het raam hingen. En toen vroeg ik:"Moe, waarom gaan toch steeds die mannen daar naar binnen?" Wat ze geantwoord heb, dat weet ik niet, maar ik weet nog wel dat ik toen zei:"Maar ze doet ook de gordijnen aldoor dicht" Ik wist echt niet wat dat was, want in de Ridderstraat had je dat niet, dat was aan de overkant van de Nieuwmarkt.

De Molensteeg was een druk steegie en smal en op de hoek van de Molensteeg had je Habolt. Een winkel met worst en zo. Maar er was altijd wel wat te beleven. We hingen vaak uit het raam. Dat deed iedereen in die tijd. Dat was onze televisie...wat er buiten gebeurde. En ja, zo
maakten de mensen ook een praatje.

Vanuit de Molensteeg zijn we verhuisd naar de Oude Zijds Achterburgwal nummer 51. Daar hadden we een grotere woning en een wc. Maar geen douche. Dat had je niet in die tijd. Je had overal bedrijfjes. Maar bij ons had je dan een houtloods. Die was van ome Toon. En als kind zijnde mochten we daar gewoon naar binnen. Dat was een aardige man, ome Toon...
Het hout werd aangevoerd met van die dekschuiten, en dan lagen er vaak wel twee naast elkaar.

Daar speelden we dan. Sprongen we van de kant op zo een schuit. We lieten die touwen ietsje vieren, zodat die boot wat verder van de wal kwam te liggen. En steeds overspringen, hè.
Maar op een gegeven moment viel Sally Deegen, het broertje van Izzy Deegen, tussen de wal en het schip. We waren zo een jaar of negen. Wij naar binnen rennen, de loods in: "Ome Toon, Ome Toon! Sally legt in het water!" Maar ome Toon had een klant en daar was ie mee bezig. Ik denk niet dat ie ons echt gehoord heeft. We moesten wegwezen. Vanuit de Monnikenstraat kwam een man aan rennen en hij dook het water in. Die heeft Sally toen op het nippertje gered. Hoe het verder afgelopen is weet ik niet.

Ik weet nog een keer, op een nacht: een heleboel gegil. Was een buitenlander met een auto zo de gracht in gereden. Nou zag je al bijna nooit een auto, laat staan een in het water. Die Duitser, was het geloof ik, dacht dat die dekschuit gewoon een brug was. En hij is die schuit opgereden, maar belandde zo in het water. Eentje van de passagiers was verdronken. Heeft een heel stuk van in de krant gestaan.

O ja...dat herinner ik me ook nog heel goed! Ik werd jarig, ik werd tien jaar en ik wilde graag laarzen voor mín verjaardag. Van die gummi kaplaarzen. Van de Hema. Ik geloof dat het die dag een hittegolf was. Maar ik moest en zou die laarzen an. Mín moeder: "Maar die ken je niet an. Het is veels te warm" "Ja Moe, die kan ik wel an!" Heb ik de hele dag op gelopen. Zonder sokken of niks. Ja, dat was mijn cadeau. Nou...van binnen waren ze an het eind die dag kletsnat! En ik een blaren! Wat kan een kind ook raar doen, hè? Duur cadeau? Ja dat zal wel. Weet je dat de Hema met de prijzen niet hoger ging dan een gulden? Je had een stuiver, een dubbeltje en kwartje. Twee of drie kwartjes en het duurste was dan een gulden. Hoger ging de Hema niet.

Je had op het hoekje een logement op de Achterburgwal, waar wij woonden. Nou heet dat een hotel...toen was het een logement. Daar hadden ze een grote herdershond. En wij kinderen zaten op de stoep. Zo'n hoge stenen stoep. En dan riepen we: "Hondjepoep!" En wat dat met die hond was, ik weet het niet. Maar dan kwam ie aanrennen! En dan vlogen we allemaal bij mín moeder naar binnen. Hahahaha...al die kinderen. Al de stoelen schots en scheef. Ken je nagaan wat een herrie dat geweest is. M'n moeder vond dat allemaal maar goed ook. Tja, wat hadden ze vroeger voor boel, hŤ! Een blind paard kon er nog geen schade doen. Als die hond dan weg was, dan gingen we weer: HONDJEPOEP!! En dan kwam ie er weer an. Daar hadden we gein in natuurlijk. Zo vermaakte je je als kind zijnde.

Je had van die honden vroeger, dat zie je nou niet meer, die zaten wat te doen samen. Dat mannetje en dat vrouwtje, die konden niet meer van elkaar af komen. En ik zag dat vanaf de stoep. Wist ik veel! Ik naar binnen gerend. Riep ik: "Moe .. Moe...! Er zijn twee honden. Die zitten aan mekaar vast." Toen nam m'n moeder een emmer met water en gooide dat over die honden heen. Ja...en dan waren ze weer los. Je wist niet wat dat was toen. Dat heb je nou niet meer natuurlijk, die honden zitten nu allemaal aan de lijn of zijn geholpen. Toen lieten ze geen honden helpen. Ben je gek! Dat geld hadden de mensen niet. Als ze geld hadden, kochten ze daar eten voor.

Ik zat eerst op het kakschooltje, zo noemde je vroeger de kleuterschool, in de Keizerstraat, en daarna ging ik naar de Claudius Civilis school in de Uilenburgerstraat. Die school is nu weg. Maar hij zat bij de 'Witte Olifant'. Aan de andere kant van de straat. De kant van de Peperstraat op. Er was aan de overkant een jongensschool. Een kleermakersschool was dat. En er zat ook een kippenbeweging. Ja! Daar brachten ze dan levende kippen en die werden daar geslacht. Dan ging hun nek eraf en dan liep zo'n kip zonder kop zo de straat op. Akelig hoor, dat zal me altijd bij blijven.

Op die school zaten Christen en Joodse kinderen door elkaar heen. Op vrijdag, als de sabbat begon, mochten de Joodse kinderen naar huis en de kinderen die overbleven gingen dan in één rij zitten. Dan ging de meester voorlezen. Het was een openbare school. Onze school deed niet aan het kerstfeest. Helemaal niks. In de buurt zag je ook geen versieringen zoals nu. Een dag voor de kerst ging je met het hele gezin de kerstboom optuigen met echte kaarsies in de boom. Er stond altijd een emmer water met een spons naast de boom. Link hoor, evenzogoed. We aten altijd konijn. Er waren geen cadeautjes zoals nu. Het kerstfeest vierden we in de kaaskerk op Zeedijk. Dan werd er gezongen en voorgelezen. Dat ging van het Leger des Heils uit. Er stond altijd een hele grote kerstboom. Na afloop kreeg je een sinaasappel en een scheurkalender. Voor kinderen en groteren was een aparte viering.

Sinterklaas werd overal gevierd met cadeautjes. Zo had mijn moeder twee schoenendozen en daar zat dan allemaal chocolade in. Voor mij en je ome Koen. Wij waren de jongsten, hè. Een letter zat er dan in. En een pispotje met een drolletje erin van marsepein. En dan kreeg ik een poppetje of zoiets. Ja, mijn moeder deed altijd aan Sinterklaas. Je had in die tijd geen intocht zoals nu. Met een pan chocolademelk op het vuur en een boterletter, nu noem je dat een banketstaaf, wachtte je op Sinterklaas. Die kwam dan wel thuis. Geen echte natuurlijk. Dat was een oom of een tante.
Sinterklaas en zwarte Piet gingen op zo een avond de hele familie af. Ja, niet helemaal zo netjes verkleed. Ze hadden dan een kleed om of zo. Dat doet me altijd denken aan Toon Hermans. Nou zo was het echt, hoor! En dan was m'n broer Bap Pietermeknecht. Hadden ze alleen z'n gezicht zwart gemaakt en de nek gewoon wit gelaten. Zwart maken deden ze met een verbrande kurk. Ik weet nog dat ik riep: "Pietermeknecht heb een hele skone nek!" Ik heb hem schijnbaar herkend. Ach ja, dat opmaken ging niet zo nauwkeurig en ze hadden ook gewoon hun eigen schoenen en kleren aan natuurlijk. Een witte papieren kraag had ie om. Een mijter of een baard kan ik me niet herinneren bij Sinterklaas. Je was veels te bang en te blij dat ie weer weg was.

Op school hadden we geen kerstvakantie. Alleen grote vakantie. Als het heel erg vroor kregen we wel een middagje vrij: ijspret. Of als de koningin kwam op de dam.

Er was een clubje van juffrouw Gasstel op de Oude Schans. Daar kon je breien en haken, sjoelbakken en dat soort dingen.

Iedereen had een bijnaam. Appie tweeduim; die was geboren met twee duimen. Die tweede duim heeft ie eraf laten halen in het Binnengasthuis. Maar die naam heeft ie altijd gehouden. En mijn vader was Hein de Jood. Ome Daan had een horrelvoet, dat zie je ook niet meer tegenwoordig. Hij liep met verse waar voor de beesten. Met een kar liep ie. Je had veel karren die door de straat kwamen: viskarren, groenten....
Oh ja! Saartje met d'r broodkar. Ze was zo bang voor honden. Liep ze op de Rechtboomssloot. "Vers brood, vers brood!" riep ze. Een grote hond achter haar begon te blaffen. Saartje was zo bang dat ze die kar zo de gracht in reed. Lag ze met kar, broden en al in de gracht. Hahahahaha.

Dan had je weer een kar met touw bespannen waar gedroogde scharren aan hingen. Was lekker, lekker zoutig. Dan was er weer een met pruimen, sinaasappelen, mosselen of kolen. Het was maar wat ze als handeltje op konden duikelen.

Je had wel allemaal kleine winkeltjes. Tante Coba had een water en vuurwinkeltje. Dat was dan warm water en het vuur waren smeulende kooltjes. Ik zou niet weten waar ze die voor gebruikten. Kwamen die vrouwen een emmertje water halen of wat kooltjes. Dat ging dan in een aardewerken ding. Dat kreeg je in bruikleen. De mensen stookten op turf. Stonk als de kelere!!! Maar dat was overal, dus dat rook je niet eens meer. Kolen waren veel te duur.

Er werd gekookt op oliestellen. Je had éénpits, twee- en driepits. Alles werd erop gekookt en gebakken. Gasstellen bestonden toen nog niet. Groenten en vlees werden 's morgens vroeg al opgezet. De was werd ook opgekookt op het oliestelletje. In zo'n hele grote smalle hoge ketel. Dat stond dan de hele nacht op. Dat was een keer in de week, want je werd zaterdag 's avonds voor de kachel gewassen en dan kreeg je schone kleren aan. Daar moest je de hele week mee doen. We sliepen in een bedstee. Er hing zo een vet touw aan het plafond. Dat was om jezelf op te trekken. Het matras was een veren bed met een tijk erom. En die tijk werd af en toe verschoond.

Smalle straten waren er met houten trappetjes. De moeders zaten daar hun groenten schoon te maken en de aardappels te schillen. De kinderen speelden dan op straat. Als kind zijnde kwam je niet veel verder. Overal had je kleine winkeltjes. De mensen hadden vaak van hun huiskamer een winkeltje gemaakt. In de vissteeg werd alleen maar vis verkocht. Die steeg werd zo in de volksmond genoemd. De officiŽle naam was de Lazerussteeg. Ach, ach stinken dat het daar deed. Louistje Boaz woonde daar. Zijn vader handelde ook in vis. Joden mochten alleen maar handel drijven. Ze mochten niet bij de gilde. Maar je had ook de diamantslijpers. Dat mochten ze wel, omdat Christen mensen dat niet konden. Het slijpen deden meestal de Polen en de Russen. Die waren al gevlucht voor de progroms. Voor diamant slijpen was geen gilde. Dat mocht niet. Op het Waterlooplein en de Nieuwmarkt stonden ook eerst alleen maar Joden.

De Joodse en Christen mensen woonden en leefden gewoon met elkaar. Toch...hoe arm de Joodse mensen ook waren...ze hadden wel aparte potten en pannen. Voor de koosjere keuken. De gegoede Joden woonden bij het Waterlooplein. Daar had je ook een Joodse school. Maar in de Nieuwmarkt buurt woonden de sinaasappel Joden. Zo werden de arme Joden genoemd.

De mannen gingen altijd op zondag een borreltje drinken bij 'De Grote Slok' op de Kloveniersburgwal. Op een keer gingen ze met paard en wagen van ome Chris Voskuilen een eindje rijden. Een beetje dronken en uitgelaten. Bij de Schreierstoren is het paard ergens van geschrokken. Dat sloeg toen op hol. Mijn vader is er toen afgeslagen. Hij viel met zijn hoofd tegen een ijzeren paal. Hij was op slag dood. Eenenveertig jaar.... Zijn broer rende op hem af en die heeft een klap gekregen met een sabel in zijn nek van een agent. Ze dachten dat hij hem wilde beroven.

Er waren overal in de buurt van die hele steile, smalle trappen. Wij woonden op drie hoog. De overleden mensen werden gewoon thuis opgebaard. Maar over die smalle trappen kon geen doodskist. Mijn vader heeft opgebaard gelegen bij tante Reese in de Jonkerstraat. Dat was geen echte tante. Dat deden de mensen gewoon voor elkaar. Wat een saamhorigheid! De mensen waren helemaal in de war van mijn vaders dood. Ik was vier jaar toen. Daarna stierf mijn zusje Heintje. Dat was een heel lief kind. Heel gelovig. Daar heb ik nog een ingelijst stuk van wat in de krant stond. Daarvoor stierf Naatje. Alletwee TB (tuberculose). Mijn broer Bap ook, maar dat was in Duitsland in de oorlog. Vliegende tering noemde men dat. De dood hoorde bij het leven. Het werd niet weggestopt zoals nu. De mensen waren blij met elkaar en hadden samen verdriet.

Verteld door Jopie Baars en opgeschreven door haar dochter Wilma van den Berg

Mijn dank aan Wilma en uiteraard Jopie is groot, bovenstaand verslag stond eerder in 'Opnieuw', het buurtblad van de Nieuwmarkt.

Reageren per mail?

BLAADJES OVERZICHT + DISCLAIMER

Op deze plek staan verwijzingen naar de andere columns

Column01 Verschil tussen Barcelona en Amsterdam

Column02 Herinneringen aan de Spaarndammerbuurt

Column03 1 op de 8 politie agenten gaat wel eens de fout in

Column04 Mooi is niet altijd praktisch

Column05 Het neveneffect van Wilders

Column06 Ajax probleem zo opgelost. Een ABC'tje

Column07 Alweer een crisis?

Column08 Volkskoffiehuizen

Column09 Stopie

Column10 Ajax kampioen, maar wat nu?

Column11 Buurt in de uitverkoop

Column12 Hoe stoer is de gemiddelde Amsterdammer

Column13 CIDI: zo bekrompen

Column14 Bunker in de Zaanstraat

Column15 Plat praten

Column16 Zwaarder straffen

Column17 Metro station 'Ramses Shaffy'. Niet doen!

Column18 EU is er niet voor de kleine man

Column19 Geen Nieuwjaarsreceptie Amsterdam verkeerd signaal

Column20 Tot een zeker moment was multi-cultureel 'hot'

Column21 Economie is niet zo moeilijk

Column22 Suikerbieten, een overdenking

Column23 Een Amerikaan (die ooit Amsterdammer was) in Artis

Column24 Herinneringen aan De Baarsjes

Column25 Ajax moet investeren in Menselijkheid

Column26 "Hier verdienen de Joden hun geld"

Column27 Sociale klassen

Column28 Denken in mogelijkheden, niet in beperkingen, net als Marokkanen doen

Column29 De column van Willem Holleeder

Column30 Aftellen voor NZ-lijn begonnen

Column31 We gedogen wat af in Nederland

Column32 Kerstbomen. De fik erin!

Column33 Ik weet niet beter

Column34 Katten in de Amsterdamse horeca

Column35 >Markt op de Noordermarkt, langer dan je misschien denkt

Column36 >Lekker eten en goed eten, dat zijn twee heel verschillende belevingen

Column37 >Fusilladeplaats Amstel Amsterdam

Column38 >Horeca ontkomt niet aan het verhogen van de prijzen

Column39 Joop for president

Column40 Discussies over racisme kunnen voorlopig de kast in

Column41 Mei 1962: finale Europacup in het Olympisch Stadion

Column42 Greetje Hoeben over Sylvain Poons

Column43 Snelheid A10, ringweg Amsterdam

Column44 Krantenjongen in de Jordaan

Ook gehoord worden? Stuur mij je column!

in 't Huisie Bijzonder Wat te zien/ doen? Muziek Geschiedenis Evenementen Crimininaliteit Rondom de stad
JOPIE LOOS 9 straatjes ArenA Accordeon Aardappeloproer Canal Parade Baantjer Amstel
INGEZONDEN 10e straatje Bioscopen André Hazes Aletta Jacobs Grachtenrace Bargoens Bakkum
LINKS Ajax Brouwerijen Artiesten Anne Frank Hartjesdagen Bomaanslag Bloemenveiling
NIEUWSBRIEF Amsterdammertjes Buurten Beste zanger Bredero Jordaanfestival Bram Moszkowicz Fietsen
WEBRING Begijnhof Condomerie Danny de Munk Bijlmermeer Koninginnedag Kees Houtman Kaasmarkt
Bruggen Entertainment Draaiorgels Diamanten Koopzondag Dino Soerel Markermeer
Mokums Carré Gevels Dries Roelvink Domela Nieuwenhuis Marathon Driehoek Muiderslot
AT5 Centraal Station Gevelstenen Drukwerk Henri Polak Sail Gerard Spong Pampus
Bekenden Coffeeshops Gokje wagen Henk Poort Hippies Sinterklaas Haring Arie Stadsstranden
Burgemeester Daklozenkrant Hofjes Henk van Mokum Hongerwinter Trouwlocaties Holleeder Volendam
Dialect De barbier Kerken Hoesjes Jan Schaefer Uitmarkt Jakkie Stroek Zaanse Schans
Het Parool Duivelseiland Kinderboerderijen Johnny Jordaan Jodenjacht Oscar Hammerstein Zandvoort
Humor Etymologie Krul (pisbak) Koos Alberts Kasteel van Aemstel Café's Pistolen Paultje
Nachtburgemeester Gay Amsterdam Markten Leen Jongewaard Koopmansboek 2 Zwaantjes Politie Vervoer
Lommerd Grachten Massages Leo Fuld Lieverdje In 't Aepjen RaRa Auto
NZ-Lijn Heineken Musea Paar apart Michiel de Ruyter Baantjer café Red Light Fiets
Producten Hells Angels Paleis Parels Minirok De 3 Fleschjes Rinus Vet Fietstaxi
Stadsdelen Herman Brood Parken Ramses Shaffy Multatuli De Druif Stanley Hillis Jachthaven
Stopera Jacob Hooy Pleinen René Riva Niod De Dokter Steve Brown Lopend
Straatnamen Johan Cruijff Poorten Robert Long Nostalgie 't Hooischip Willem Endstra OV
Tante Betje Kerkorgels Poptempels Rooie Sien OS 1928 De Jordaan Yab Yum Schiphol
Theo van Gogh Kraken PTA Smartlappen Over Amsterdam 't Mandje Zwarte Joop Taxi
Typisch Mokum Majoor Bosshardt REM eiland Straatmuziek Paleis voor Volksvlijt De Ooievaar Witkar
Mata Hari Rondvaart Tante Leen Palingoproer Papeneiland
Mijn plekkies Max Tailleur Schaatsen Tante Na Rembrandt Rooie Nelis De grote vier (of 5) Eten uit Mokum
Beethovenstraat Oorlam Sluizen Ton van Duinhoven Stadsbranden Wijnand Fockink Mulisch (H.) Broodje bal
Boekenwinkels Plat praten Stadswandeling Truce Speyck Stadswapen De Wildeman Reve (G.) Broodje Boljeri
Bosplan Simon Carmiggelt Straatkunst Willeke Alberti Trams Wolkers (J.) Broodje halfom
DeLaMar Truus Trompert Tatoeages Willy Alberti Video's Diversen Hermans (W.F.) Broodje kroket
Elandsgracht Vondelpark Theaters Wim Sonneveld VOC Auto ellende Hella Haasse Broodje mokum
Gemeente archief Walletjes Trouwlocaties WIC Emigreren Cement
Haarlemmerstraat Werelderfgoed Tulpen Da's apart Joodse spelling Duivekater
Helmersbuurt Westertoren Vissen Carice van Houten Uit eten Jordaan museum Haringkie happen
Jordaan Wonen Wandelen Dubbelspion? Johannes van Dam Magisch-realisme Hete bliksem
Koffiehuizen Zeurkousen Zwemmen Gogomobiel Nieuw Amsterdam Joodse kippensoep
Nieuwmarkt Nieuw liefdesliedje Over hout Leverworst
Plantage Nozems Sterk merk werkt Mokumse luilakbol
Rapenburg Paleis Weemoed Verdwenen straen Ossenworst
Staalbuurt Wapen van A. Voor de lijn Stoofvlees
The Movies Wilhelm Hibbeln Voorkom katers Surinaams eten
Waterlooplein Wentelteefjes
Zuiderkerk Zeebonk
Ook 'n website? Ziekenhuizen Unieke winkeltjes Zoekertjes Canon van Amsterdam Evenementen Begraafplaatsen Draaiboek gemeente

WEBRING

copyright 2009/ 2010/ 2011/ 2012/ 2013/ 2014/ 2015/ 2016/ 2017/ 2018 MokumsNL